maandag 22 januari 2018

driekleur 343



De ondoordringbare zwarte wade waarin Albinus nu leefde verleende zijn gedachten en gevoelens een zekere soberheid, ja zelfs een zekere noblesse. Hij werd door duisternis gescheiden van zijn vroegere leven, dat in zijn scherpste bocht plotseling was uitgedoofd. Herinnerde taferelen bevolkten het schilderijenmuseum van de geest: Margot in een bedrukt schort, die een purperen gordijn opzij trok (hoe verlangde hij nu naar die armetierige kleur!); Margot die onder de glanzende paraplu door bloedrode plassen trippelde; Margot naakt voor de spiegel van de kleerkast, knabbelend op een geel kadetje; Margot die in haar glimmende badpak een bal wierp; Margot in een zilverkleurige avondjurk, met haar gebruinde schouders.

Vladimir Nabokov, Een lach in het duister, 184

driekleur 342



Ze was in één sprong bij het raam, gooide het open en stond op het punt zich naar buiten te werpen. Maar net op dat moment kwam er luid ronkend een rood-met-gouden brandweerauto aanrijden, die stopte voor het huis aan de overkant. Er had zich een menigte verzameld, rookwolken golfden uit het bovenste raam en zwart geblakerde papiersnippers dreven op de wind.

Vladimir Nabokov, Een lach in het duister, 28

wolken 2630-2632



wolkenfragmenten uit Vladimir Nabokov, Een lach in het duister

2630
De hemel was nog blauw, met in de verte één zalmkleurige wolk, en heel dit wankel evenwicht tussen licht en schemering maakte Albinus onbezonnen. (57)

2631
Een oranje wolk krulde zich in slierten over de bleekgroen hemel boven de donkere bergen; in de ineengedoken cafeetjes brandde licht; de platanen op de boulevard waren in duisternis gehuld. (144)

2632
Alle dagen was het onbewolkt. (148)